Waarom ik van horeca houd
Als tiener nam ik de stap om vanuit mijn dorp op de Veluwe naar de grote stad Zwolle te verhuizen. Ik studeerde HTS en was nog in de volle overtuiging dat ik bouwkundige zou worden.
Net als vele anderen heb ik tijdens mijn studie een bijbaantje genomen. Eigenlijk wist ik toen niet wat ik wilde en via een uitzendbureau kwam ik toevallig in de horeca terecht. Ik begon als afwasser bij een cateringbedrijf. Het werk zelf vond ik echt helemaal niks. De sfeer was wel heel goed. Ik heb toen besloten daar toch te blijven werken. Ook daarna ben ik met veel plezier in de horeca blijven werken.
Later ben ik aan het werk gegaan als medewerker bediening bij een restaurant. Ik herinner nu nog mijn eerste echte gesprek met een gast. Hij vroeg of ik nieuw was en vertelde mij bijna zijn hele levensverhaal. Alsof ik zijn beste vriendin was. Het voelde toen nog zo raar dat een vreemde je zo in vertrouwen nam. Hij wilde eigenlijk weggaan, maar vond het zo gezellig dat hij toch nog maar een kopje koffie nam. Meneer ging vervolgens naar huis. Een uur later kwam meneer hij terug. Hij pakte mijn hand vast en stopte daar een gulden in. “Deze is nog voor jou, die was ik net vergeten”. Dit is voor mij nog steeds de mooiste fooi die ik ooit heb gehad. Dit gebaar is één van de vele reden waarom ik verder ben gegaan in de horeca. Want als je de passie voor het vak eenmaal hebt ontdekt, wil je niet meer anders.
Uiteindelijk ben ook ik doorgegroeid naar een leidinggevende functie en mocht ik personeel begeleiden en opleiden. Nee, dit zeg ik verkeerd. Ik kreeg de eer om het personeel te begeleiden en te zien groeien in hun werk en functie. Ik kreeg de eer om mijn passie voor de horeca te delen en door te geven.
In de horeca ben ik dagelijks bezig met de verhalen van anderen, het entertainen van mensen en het geven en ontvangen van een gemeende glimlach. En boven alles mag ik dit mijn vak noemen.
Ik zou niet weten waarom ik niet van de horeca zou houden.



